ECLI:NL:CRVB:2021:569
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.T. van den Corput
- H. Lagas
- A.T. Marseille
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontslag wegens toerekenbaar plichtsverzuim door verduistering gemeentegeld
Appellante was sinds 2006 werkzaam bij de gemeente Rijswijk en werd beschuldigd van het stelselmatig ontvreemden van geld van de gemeente en het onbevoegd verstrekken van parkeervergunningen. Na intern onderzoek en aangifte bij de politie legde het college haar in 2018 ongevraagd ontslag op wegens ernstig plichtsverzuim.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen. De officier van justitie seponeerde de strafzaak wegens gebrek aan overtuigend bewijs. Appellante voerde aan dat dit sepot de onschuldpresumptie beschermt en dat het ontslag daarom onrechtmatig is.
De Raad oordeelde dat het bestuursrechtelijk bewijs minder streng is dan in het strafrecht en dat het sepot niet automatisch leidt tot schending van de onschuldpresumptie. Het onderzoek toonde overtuigend aan dat appellante geld had ontvreemd. Het ontslag was gezien de ernst van het plichtsverzuim niet onevenredig.
De Raad bevestigde het ontslagbesluit en wees het hoger beroep af, waarbij ook het verwijt van onbevoegd uitgegeven parkeervergunningen niet hoefde te worden behandeld omdat het plichtsverzuim door verduistering al voldoende was voor ontslag.
Uitkomst: Het ontslag van appellante wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd ondanks het strafrechtelijke sepot.