ECLI:NL:CRVB:2021:366
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen afwijzing ontheffing werkzaamheden en proceskostenveroordeling
De zaak betreft een beroep van appellant tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar en tegen het besluit van de korpschef van politie van 1 april 2020, waarbij de afwijzing van een aanvraag om ontheffing van werkzaamheden werd gehandhaafd. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin de korpschef werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met een gedegen onderzoek naar herplaatsingskandidaten.
In het bestreden besluit heeft de korpschef geconcludeerd dat geen herplaatsingskandidaat passend was voor de formatieplaats van appellant, mede op basis van een overzicht van het Landelijk Mobiliteitscentrum. Appellant voerde aan dat de motivering onvoldoende was, onder meer ten aanzien van enkele herplaatsingskandidaten en de mogelijkheid van een driehoeksruil.
De Raad oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet-ontvankelijk is omdat inmiddels een besluit is genomen en een dwangsom is toegekend. Het beroep tegen het bestreden besluit wordt ongegrond verklaard. Hoewel de motivering ten aanzien van herplaatsingskandidaat 46 onvolledig was, wordt dit gebrek gepasseerd omdat de korpschef in het verweerschrift voldoende toelichting heeft gegeven.
Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het besluit niet onrechtmatig is. De korpschef wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant, inclusief vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen wordt niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen het besluit ongegrond, schadevergoeding afgewezen en de korpschef veroordeeld in proceskosten.