ECLI:NL:CRVB:2021:2496
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering wegens samenloop met AOV-uitkering Aruba
Appellant ontving een WAO-uitkering en kreeg vanaf april 2013 tevens een AOV-uitkering uit Aruba toegekend. Het Uwv heeft de WAO-uitkering herzien en het bedrag van de AOV-uitkering in mindering gebracht, omdat deze uitkering als een ouderdomspensioen wordt aangemerkt volgens het Besluit voorkoming en beperking samenloop WAO- en WIA-uitkeringen.
Appellant voerde aan dat hij de AOV-uitkering op advies van het Uwv eerder had laten ingaan en dat dit niet tot korting op zijn WAO-uitkering mocht leiden. Ook stelde hij dat het Uwv onzorgvuldig had gehandeld en dat de boete onterecht was opgelegd omdat hij tijdig had gemeld. De rechtbank wees deze beroepen af en stelde dat appellant de inlichtingenplicht had geschonden en dat de boete proportioneel was.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank. De AOV-uitkering kwalificeert als ouderdomspensioen en moet op grond van de wetgeving worden verrekend met de WAO-uitkering. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die dit buiten toepassing laten. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat geen ondubbelzinnige toezegging is gebleken. De boete is passend gezien de verwijtbaarheid en het terugbetalen van het benadelingsbedrag. De proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering en de opgelegde boete worden bevestigd; het hoger beroep wordt afgewezen.