Uitspraak
OVERWEGINGEN
Er was op 23 juli 2020 nog geen sprake van een overschrijding van de hierna onder 5.2 aangeduide termijn van vier jaar en die was, uitgaande van de in artikel 8:66 van Pro de Awb [10] opgenomen termijn voor het doen van uitspraak, ook niet te voorzien. Daarom was er voor appellant geen reden om over de duur van de procedure te klagen. Wegens genoemde specifieke omstandigheden is er aanleiding om in dit geval ambtshalve te beoordelen of de redelijke termijn is overschreden en om, eveneens ambtshalve, een vergoeding van immateriële schade toe te kennen. [11]
BESLISSING
- veroordeelt de Staat tot betaling aan appellant van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 500,-.