Uitspraak
18.5178 ZW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak,
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellant verzocht om herziening van het UWV-besluit van 25 juni 2010 waarin werd vastgesteld dat hij geen recht had op een Ziektewetuitkering vanaf 14 mei 2008. Dit verzoek werd in 2017 afgewezen, waarna appellant bezwaar maakte en in beroep ging bij de rechtbank. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de aangevoerde argumenten geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden volgens artikel 4:6 Awb Pro.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunten, onder meer dat psychische klachten onvoldoende waren meegewogen en dat een medisch rapport uit 2018 als nieuw feit moest worden beschouwd. Tevens verzocht hij om een onafhankelijk deskundigenonderzoek en vergoeding van juridische kosten. Het UWV handhaafde het eerdere besluit.
De Raad oordeelde dat het verzoek om herziening een herhaalde aanvraag betrof en dat appellant de bewijslast droeg om nieuwe feiten aan te tonen die het eerdere besluit konden wijzigen. De medische gegevens uit 2018 betroffen geen nieuwe feiten omdat deze waren gebaseerd op reeds bekend dossiermateriaal. Ook was het tijdvak waarvoor ziekengeld kon worden verstrekt reeds verstreken, zodat toekomstige aanspraken niet aan de orde waren. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het verzoek tot vergoeding van schade af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het verzoek om herziening van het UWV-besluit wordt niet toegewezen.