ECLI:NL:CRVB:2012:BW4429
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Wajong-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of omstandigheden
Appellante verzocht het UWV om een Wajong-uitkering toe te kennen, nadat een eerdere aanvraag op 1 oktober 2010 was afgewezen. Deze eerdere afwijzing werd niet bestreden met een rechtsmiddel, waardoor het besluit onaantastbaar is geworden.
Het UWV wees een nieuwe aanvraag van 1 februari 2011 af wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, omdat niet kon worden vastgesteld dat zij tijdig bezwaar had gemaakt tegen het oorspronkelijke besluit en de medische gegevens geen aanleiding gaven tot herziening.
In hoger beroep voerde appellante psychische klachten aan die haar arbeidsongeschiktheid vanaf haar 17e jaar zouden onderbouwen en vroeg zij om benoeming van een deskundige. De Raad overwoog dat het bestuursorgaan bevoegd is een eerdere afwijzing inhoudelijk te heroverwegen, maar dat de rechter zich moet beperken tot de vraag of er nieuwe feiten of omstandigheden zijn die herziening rechtvaardigen.
De Raad concludeerde dat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het oorspronkelijke besluit konden wijzigen. Ook wees de Raad erop dat medische gegevens tijdig in de bezwaarfase moeten worden ingebracht en dat het inschakelen van een deskundige door de rechter in dit stadium niet passend is.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de Wajong-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.