ECLI:NL:CRVB:2013:2162
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op ziekengeld wegens arbeidsongeschiktheid na ontbinding arbeidsovereenkomst
Appellant, commercieel directeur, werd per 1 augustus 2008 ontslagen en verzocht om een WIA-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid vanaf 14 mei 2008. Het UWV weigerde ziekengeld omdat uit medische beoordelingen bleek dat appellant op die datum niet arbeidsongeschikt was voor zijn eigen werk.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht en dat eerdere arbeidsongeschiktheid dan half oktober 2008 niet aannemelijk was. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij reeds op 14 mei 2008 arbeidsongeschikt was en dat de rechtbank buiten het geschil trad door ook over WIA-uitkering te oordelen.
De Raad stelt vast dat het geschil beperkt is tot het recht op ziekengeld vanaf 1 augustus 2008. Uit de medische stukken en rapporten blijkt onvoldoende objectief bewijs van arbeidsongeschiktheid op die datum. Rapporten van verzekeringsartsen en huisarts ondersteunen het standpunt dat appellant tot half oktober 2008 niet arbeidsongeschikt was. De Raad weegt ook dat appellant zijn aanvraag bijna twee jaar na de gestelde arbeidsongeschiktheidsdatum indiende, waardoor onzekerheid over de medische situatie voor zijn rekening komt.
De Raad bevestigt het bestreden besluit en veroordeelt het UWV in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 23 oktober 2013.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt afgewezen en het besluit tot weigering van ziekengeld wordt bevestigd.