ECLI:NL:CRVB:2015:1
Centrale Raad van Beroep
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over weigering Wajong-uitkering en herziening besluit wegens toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellant, geboren in 1982 en sinds jeugd bekend met leer- en gedragsstoornissen en epilepsie, vroeg meerdere keren een Wajong-uitkering aan. Het UWV weigerde aanvankelijk een uitkering op basis van een theoretische schatting van arbeidsongeschiktheid. In 2011 diende appellant een nieuwe aanvraag in, die door het UWV werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat zijn gezondheidstoestand was verslechterd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep nuanceert dit oordeel. De Raad stelt dat bij doorlopende aanspraken een meer genuanceerde toetsing moet plaatsvinden, waarbij ook een belangenafweging voor de toekomst noodzakelijk is.
De Raad constateert dat het UWV niet alle relevante beoordelingen heeft uitgevoerd, waaronder de mogelijke rechten op grond van de Wet werk en arbeidsondersteuning jonggehandicapten. Ook was de aanvraag voor de toekomst toereikend onderbouwd. Het bestreden besluit is daarom onvoldoende zorgvuldig voorbereid en gemotiveerd. De Raad draagt het UWV op om binnen zes weken de gebreken te herstellen en een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het bestreden besluit binnen zes weken te herstellen wegens onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en motivering.