ECLI:NL:CRVB:2020:2452
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- E.J.J.M. Weyers
- J.T.H. Zimmerman
- S.B. Smit-Colenbrander
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering terugkomen op Wajong-besluit uit 2004 wegens ontbreken nieuwe feiten
Appellant, sinds 1987 arbeidsongeschikt verklaard, vroeg in 2004 om voortzetting van zijn AAW-uitkering via een Wajong-aanvraag. Het UWV wees dit af omdat appellant per 1 april 1999 minder dan 25% arbeidsongeschikt was. In 2016 vroeg appellant opnieuw om herziening, maar het UWV weigerde terug te komen op het eerdere besluit wegens het ontbreken van nieuwe feiten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd. Appellant stelde in hoger beroep dat het onderzoek door niet-geregistreerde artsen was gedaan en dat zijn psychiatrische problematiek onvoldoende was meegewogen. De Raad onderschreef echter de eerdere beoordeling en vond geen aanwijzingen voor een evident onredelijk besluit.
De Raad wees ook het beroep op duuraanspraken-jurisprudentie af omdat de psychiatrische klachten pas na 2002 ontstonden. Wel werd een schadevergoeding van €500 toegekend wegens een overschrijding van de redelijke termijn van circa zes maanden. Daarnaast werd de Staat veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en het verzoek om terugkomen op het besluit van 2004 wordt afgewezen, met toekenning van een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.