ECLI:NL:CRVB:2020:1211
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van arbeidsongeschiktheidspercentage en passendheid functies in WIA-uitkering
Appellant, voormalig bakker, viel uit wegens arbeidsongeschiktheid en ontving een WGA-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 56,83%. Na bezwaar van de ex-werkgever werd dit percentage verlaagd naar 38,51%, wat appellant betwistte. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en stelde dat de medische beoordeling en de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) van 28 november 2016 juist waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij zwaarder beperkt was dan vastgesteld en dat de geselecteerde functies niet passend waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het bezwaar van appellant niet gegrond is. De medische rapporten, inclusief die van de verzekeringsarts bezwaar en beroep, de orthopedisch chirurg en de internist, bieden geen aanleiding tot een hogere mate van beperkingen of urenbeperking.
De Raad bevestigde dat de functies, waaronder samensteller elektronische apparatuur en administratief ondersteunend medewerker, medisch passend zijn. Ook het verzoek tot benoeming van een medisch deskundige werd afgewezen vanwege het ontbreken van twijfel aan de medische grondslag. Het hoger beroep faalt daarmee en de uitspraak van de rechtbank Limburg wordt bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het arbeidsongeschiktheidspercentage van 38,51% en de passendheid van de functies worden bevestigd.