ECLI:NL:CRVB:2020:1179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering en schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellant heeft een aanvraag om een Wajong-uitkering ingediend die door het Uwv is afgewezen wegens onvoldoende medische informatie over arbeidsbeperkingen op zijn zeventiende en achttiende verjaardag. De rechtbank had het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten. De Raad stelde vast dat appellant op genoemde leeftijden autisme had en dat het Uwv een aanvullende, onderbouwde beoordeling moest uitvoeren.
Het Uwv voerde een verzekeringsgeneeskundig onderzoek uit en stelde een Functionele Mogelijkhedenlijst op, waarna een arbeidsdeskundige geschikte functies selecteerde. Deze functies bleken passend en appellant kon volgens de criteria meer dan 75% van het wettelijk minimumloon verdienen. Appellant voerde aan dat zijn beperkingen ernstiger waren en dat het opleidingsniveau onjuist was vastgesteld, maar de Raad vond de motivering van het Uwv overtuigend en voldoende onderbouwd.
De Raad bevestigde de afwijzing van de Wajong-uitkering met verbetering van de gronden en vernietigde de proceskostenveroordeling van de rechtbank. Tevens kende de Raad appellant een schadevergoeding toe van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure met ruim een jaar. Het Uwv werd veroordeeld in de proceskosten van appellant en tot vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De afwijzing van de Wajong-uitkering wordt bevestigd en appellant ontvangt een schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.