Uitspraak
18.621 WIA
OVERWEGINGEN
.Na afloop van de voorgeschreven wachttijd heeft het Uwv appellante per
.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, laatst werkzaam als verkoopster, meldde zich ziek met knieklachten en diverse andere gezondheidsproblemen. Het UWV kende haar een WGA-uitkering toe wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid, die later werd herbeoordeeld. Na een functionele beoordeling en selectie van passende functies stelde het UWV vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en beëindigde de uitkering per 8 december 2016, met een uitlooptermijn tot 22 mei 2017.
Appellante maakte bezwaar en het UWV herzag het besluit deels, maar handhaafde de beëindiging per 22 mei 2017. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de functies passend. In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen groter zijn dan vastgesteld, met name vanwege fibromyalgie en het ontbreken van toepassing van het CVS-protocol.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de datum in geding de datum van beëindiging na uitlooptermijn is, dus 22 mei 2017. De Raad onderschrijft de oordelen van de rechtbank en het UWV, wijst het beroep af en bevestigt dat de medische beoordeling en de functionele mogelijkhedenlijst adequaat zijn. Er is geen aanleiding voor een deskundigenonderzoek, en de proceskostenveroordeling wordt afgewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-uitkering per 22 mei 2017 na zorgvuldige beoordeling.