ECLI:NL:RBDHA:2024:720
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging WIA-uitkering wegens onjuiste vaststelling arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig pedagogisch medewerker, ontving een WIA-uitkering die per 28 september 2021 werd beëindigd op grond van een vastgesteld arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 35%. Na bezwaar van een derde-partij werden aanvullende medische onderzoeken uitgevoerd, waarbij een verzekeringsarts bezwaar en beroep een lager arbeidsongeschiktheidspercentage vaststelde dan eerder was aangenomen.
Eiseres betwistte de zorgvuldigheid van het onderzoek en stelde dat haar fysieke en psychische beperkingen onvoldoende waren meegewogen, waaronder fibromyalgie, slaapapneu, burn-out en rouwverwerking. De rechtbank benoemde een onafhankelijke deskundige die eiseres onderzocht en concludeerde dat er geen sprake was van psychische beperkingen en dat een tijdelijke urenbeperking alleen tijdens het revalidatietraject gerechtvaardigd was.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende was gemotiveerd en niet zorgvuldig was voorbereid vanwege afwijkingen in het arbeidsongeschiktheidspercentage. Daarom werd het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen voor de periode vanaf 23 april 2022 werden in stand gelaten, omdat het arbeidsongeschiktheidspercentage toen nog onder de 35% bleef. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende zorgvuldigheid en motivatie, met handhaving van de rechtsgevolgen vanaf 23 april 2022.