ECLI:NL:CRVB:2019:4115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning op grond van lokaal beleid
Betrokkene, geboren in 1939 en met diverse lichamelijke klachten, ontving op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven had deze ondersteuning in 2016 en 2018 toegekend, waarbij het laatste besluit werd aangevochten door betrokkene. Het college had het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en de ondersteuning aangepast, maar de rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit geen wettelijke grondslag had omdat de situatie van betrokkene niet was veranderd.
In hoger beroep stelde het college dat artikel 2.3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wmo 2015 ruimte biedt voor herziening op basis van lokaal beleid, ook zonder wijziging in de persoonlijke situatie van de cliënt. De Raad bevestigde dit standpunt en oordeelde dat het college bevoegd is een maatwerkvoorziening te herzien of in te trekken indien de cliënt wegens gewijzigd beleid niet langer op de voorziening is aangewezen.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit, herroept het besluit van 5 juli 2018 en kent betrokkene een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning toe van 4,5 uur per week vanaf 11 december 2019 tot en met 17 juni 2038. Het incidenteel hoger beroep van betrokkene werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Tevens werd het college veroordeeld in de kosten van betrokkene in bezwaar tot een bedrag van € 1.024,-.
Uitkomst: Het college wordt verplicht een maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning van 4,5 uur per week toe te kennen aan betrokkene vanaf 11 december 2019.