ECLI:NL:CRVB:2019:4096
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand en stond in de periode 2012 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel zonder dit te melden, wat een schending van de inlichtingenplicht vormt. Daarnaast werd vastgesteld dat appellant handel dreef in autobanden en zijn woning verhuurde via Airbnb zonder dit te melden.
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer trok de bijstand over meerdere periodes in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij geen lopend bedrijf had en dat derden zijn telefoonnummer gebruikten voor advertenties, maar slaagde hiermee niet.
De Raad oordeelde dat de inschrijving bij de KvK en de advertenties voldoende bewijs vormen dat appellant inkomsten kon hebben verworven, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Appellant bracht geen objectieve gegevens aan om dit te weerleggen. Ook werd geen dringende reden voor kwijtschelding van terugvordering aangetoond.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht.