ECLI:NL:CRVB:2010:BN6344
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens overschrijding vermogensgrens en schending inlichtingenplicht
Appellant ontving vanaf 14 oktober 2003 bijstand als alleenstaande. Naar aanleiding van een vermoeden van vermogen in de vorm van auto’s, werd een onderzoek ingesteld waaruit bleek dat appellant als zelfstandige was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en meerdere kentekens op zijn naam had staan.
De bijstand werd met ingang van 1 juni 2007 opgeschort en uiteindelijk ingetrokken per 24 september 2007 vanwege het niet nakomen van de inlichtingenplicht en het overschrijden van de vermogensgrens door het bezit van auto’s. Appellant voerde aan geen werkzaamheden als zelfstandige te hebben verricht en verwees naar een bipolaire stoornis die hem tijdelijk belemmerde.
De Raad oordeelde dat appellant wel degelijk als zelfstandige actief was en inkomsten had verkregen, onder meer door een pro forma nota en het bezoeken van de sociale dienst als directeur van zijn administratiekantoor. De Raad vond dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet beschikte over het vermogen van de auto’s die op zijn naam stonden. De waarde van de auto’s overschreed de vermogensgrens ruimschoots, waardoor de intrekking terecht was.
De medische omstandigheden van appellant werden niet als zodanig ernstig beoordeeld dat intrekking onredelijk zou zijn. De Raad bevestigde daarom het besluit van het College en de uitspraak van de rechtbank Breda, en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand aan appellant wordt bevestigd wegens overschrijding van de vermogensgrens en schending van de inlichtingenplicht.