ECLI:NL:CRVB:2016:5042
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand na intrekking wegens schending inlichtingenplicht
Appellant ontving bijstand vanaf 1 maart 2011, die het college van burgemeester en wethouders van Bergen op Zoom bij besluit van 21 juli 2014 introk wegens schending van de inlichtingenplicht door niet te melden dat appellant niet meer op het opgegeven adres woonde. Tegen dit besluit werd geen beroep ingesteld, waardoor het besluit rechtsgeldig is geworden.
Het college vorderde vervolgens de bijstandskosten over de periode van 1 maart 2011 tot en met 31 mei 2014 terug. Appellant maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de terugvordering in strijd was met de zesmaandenjurisprudentie, maar de Raad oordeelde dat deze jurisprudentie niet van toepassing is omdat hier sprake is van een terugvorderingsverplichting en niet van een bevoegdheid. Ook werden geen dringende redenen aangetoond om van terugvordering af te zien, zoals onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten en wijst het hoger beroep af.