ECLI:NL:CRVB:2019:397
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Boodschappendienst en glazenwasser als algemeen gebruikelijke diensten onder Wmo 2015
Appellante, geboren in 1955 en met beperkingen bij huishoudelijke werkzaamheden, ontving op grond van de Wmo 2015 een maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden (HH1). ROGplus verstrekte geen extra hulp voor boodschappen en ramen wassen, omdat deze diensten als algemeen gebruikelijke diensten werden aangemerkt. De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat zij geen gebruik kan maken van de boodschappendienst, glazenwasser en was- en strijkservice vanwege financiële en praktische bezwaren. De Raad bevestigde dat boodschappendienst en glazenwasser onder voorwaarden als algemeen gebruikelijke diensten gelden die een maatwerkvoorziening uitsluiten, mits beschikbaar en financieel draaglijk. Voor appellante waren deze voorwaarden vervuld.
De Raad oordeelde echter dat de was- en strijkservice niet als algemene voorziening kan worden aangemerkt, omdat de bijdrage niet in de verordening was vastgelegd en de contractuele afspraken onduidelijk zijn. Daarom was het onterecht dat ROGplus vanaf 10 oktober 2015 geen maatwerkvoorziening voor wasverzorging verstrekte. De Raad vernietigde dit besluit en kende appellante een persoonsgebonden budget toe voor wasverzorging. Tevens veroordeelde de Raad ROGplus in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 22 januari 2016 wordt gegrond verklaard en appellante krijgt een persoonsgebonden budget voor wasverzorging toegekend.