ECLI:NL:CRVB:2019:3796
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing ontheffing werkzaamheden politie wegens overbezetting
Betrokkene, werkzaam bij de politie, diende op 27 september 2016 en opnieuw op 14 augustus 2017 een aanvraag in voor ontheffing van werkzaamheden op grond van artikel 55aa van het Besluit algemene rechtspositie politie (Barp). De korpschef wees deze aanvragen af wegens overbezetting op de peildata 1 juni 2017 en 1 augustus 2017. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en oordeelde dat de beoordeling moest plaatsvinden naar de situatie op de aanvraagdatum.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt dit oordeel en stelt dat de peildatum 1 juni 2017 geldt om gelijke behandeling van aanvragen te waarborgen. De Raad wijst erop dat de situatie op de aanvraagdatum feitelijk niet anders was dan op de peildatum. Tevens is gebleken dat het overzicht waarop de korpschef zich baseerde onvolledig en onjuist was, waardoor nieuw onderzoek noodzakelijk is.
De korpschef wordt opgedragen een nieuwe beslissing op het bezwaar te nemen, waarbij het beroep tegen deze nieuwe beslissing uitsluitend bij de Raad kan worden ingesteld. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat nog niet vaststaat of betrokkene schade heeft geleden. De korpschef wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene ter hoogte van €768,-.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het eerdere oordeel over de peildatum en draagt de korpschef op een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen.