ECLI:NL:CRVB:2019:1929
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- E. Dijt
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens voldoende belastbaarheid voor assistent consultatiebureau
Betrokkene ontving sinds 2013 een WIA-uitkering vanwege rugklachten en een verslechterde gezondheidssituatie door fibromyalgie. Het UWV beëindigde de uitkering in 2015 omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 35% werd geacht. Betrokkene maakte bezwaar en stelde dat zij niet in staat was de functie van assistent consultatiebureau te vervullen vanwege beperkingen bij het tillen.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd en vernietigde het besluit, maar de Centrale Raad van Beroep herzag dit oordeel. De Raad stelde vast dat de belastbaarheid van betrokkene ongeveer 5 kg tillen omvat, terwijl de functie incidenteel piekbelastingen tot 10 kg kent, wat volgens de geldende richtlijnen toelaatbaar is.
De Raad concludeerde dat het UWV de motivering adequaat heeft onderbouwd met rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, en dat de eerdere beoordeling van de functie niet vergelijkbaar was vanwege verschillen in functienummers en belastingprofielen. Het beroep van betrokkene werd ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van de WIA-uitkering blijft in stand.