ECLI:NL:CRVB:2020:3187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellant, voormalig installatiemonteur, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een ZW-uitkering. Het UWV beëindigde deze uitkering omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn fysieke, psychische en vermoeidheidsklachten en dat hij niet voldeed aan de opleidingseisen van de geselecteerde functies.
De Raad oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch onderzoek had verricht, waarbij rekening was gehouden met alle relevante medische informatie, waaronder een persisterende depressieve stoornis en fibromyalgie. De arbeidsdeskundige had gemotiveerd toegelicht waarom appellant aan de opleidingseisen voldeed en waarom de functies passend waren.
Het standpunt van appellant dat hij de functies niet kon vervullen vanwege opleidingstekort en taalbeheersing werd verworpen. De Raad constateerde dat het bestreden besluit niet deugdelijk gemotiveerd was, maar dat dit gebrek niet tot benadeling had geleid. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de ZW-uitkering en veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten.