Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt de minister in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 1.002,-.
Centrale Raad van Beroep
De minister had betrokkene studiefinanciering toegekend op basis van een uitwonende norm, maar herzag dit besluit omdat uit een onderzoek bleek dat betrokkene niet op het geregistreerde adres woonde. De minister legde een bestuurlijke boete op wegens vermeende overtreding van woonverplichtingen.
De rechtbank vernietigde de boete omdat het bewijs onrechtmatig was verkregen en de minister het wettelijk vermoeden niet mocht toepassen voor de periode tot april 2016. De minister en betrokkene stelden hoger beroep in tegen delen van deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat het wettelijk vermoeden bij boeteoplegging kan worden toegepast voor maximaal 12 maanden voorafgaand aan de controle, maar dat betrokkene het vermoeden voor de periode tot april 2016 met verklaringen van de hoofdbewoner en overbuurman heeft ontzenuwd. Hierdoor kan geen boete worden opgelegd voor die periode.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten aan betrokkene.
Uitkomst: De boete wordt vernietigd omdat het wettelijk vermoeden is ontzenuwd; de minister wordt veroordeeld in de proceskosten.