ECLI:NL:CRVB:2015:2790
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-wonen op GBA-adres
Appellante kreeg studiefinanciering toegekend volgens de norm voor uitwonende studenten. Na een wijziging in haar woonsituatie werd de studiefinanciering aangepast naar de thuiswonende norm. De minister herzag de studiefinanciering met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2012, omdat appellante niet op haar GBA-adres woonde, wat werd vastgesteld na een huisbezoek.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat zij niet voldeed aan de woonverplichting uit de Wet studiefinanciering 2000 en de minister niet hoefde af te wijken van de wettelijke herzieningsregels. Appellante voerde aan dat het onderzoek onvoldoende was en dat de herziening onredelijk was.
De Raad oordeelde dat de minister aan zijn bewijslast had voldaan met de verklaring van de hoofdbewoonster en dat appellante zelf erkende niet meer op het GBA-adres te wonen. Het wettelijk vermoeden uit artikel 9.9 Wsf 2000 geldt vanaf de laatste adreswijziging, en appellante slaagde er niet in dit te weerleggen met onomstotelijk bewijs. De Raad bevestigde dat er geen strijd is met artikel 6 EVRM Pro en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van studiefinanciering wordt bevestigd.