ECLI:NL:CRVB:2018:3633
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing herzieningsverzoek terugvordering bijstand
Appellante verzocht om herziening van de terugvordering van bijstand over de periode mei tot en met september 2015. Het college had eerder de bijstand herzien en een terugvordering vastgesteld, welke deels werd verlaagd, maar het bezwaar tegen deze terugvordering werd ongegrond verklaard omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde dat het college het verzoek om terug te komen op het besluit inhoudelijk had beoordeeld en dat het daarom niet terecht was het bezwaar ongegrond te verklaren. Dit verweer werd verworpen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college op grond van artikel 4:6 Awb Pro het bezwaar mocht afwijzen omdat de aangevoerde feiten niet nieuw waren. Nieuw gebleken feiten zijn feiten die na het eerdere besluit zijn voorgevallen of die niet eerder konden worden aangevoerd. De verklaringen die appellante aanvoerde waren niet nieuw of relevant genoeg om herziening te rechtvaardigen.
De gedeeltelijke verlaging van het terugvorderingsbedrag doet hieraan niet af. Het hoger beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand blijft gehandhaafd.