ECLI:NL:CRVB:2018:2247
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor buitenlandse griffierecht- en advocaatkosten
Appellant heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor griffierechtkosten en advocaatkosten in België, maar deze aanvragen werden door het bestuur afgewezen. De afwijzing was gebaseerd op het feit dat de griffierechtkosten al voldaan waren vóór de aanvraag en dat de advocaatkosten en deurwaarderskosten in België buiten het bereik van de Nederlandse Participatiewet vallen vanwege het territorialiteitsbeginsel.
De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat geen bijzondere bijstand kan worden verleend voor kosten die al voldaan zijn op het moment van aanvraag, noch voor kosten die buiten Nederland zijn gemaakt of niet aan Nederland zijn verbonden.
Appellant stelde in hoger beroep geen nieuwe gronden aan, waardoor de Centrale Raad van Beroep de uitspraak van de rechtbank bevestigde. De Raad benadrukte dat indien eerst een aanvraag wordt ingediend en daarna kosten worden voorgeschoten, dit niet tegen betrokkene wordt gebruikt, maar dat was hier niet het geval.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep faalt en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van bijzondere bijstand voor de griffierecht- en buitenlandse advocaatkosten.