ECLI:NL:CRVB:2015:363
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor advocaatkosten executieprocedure in België
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor advocaatkosten van €755,04, gemaakt in een executieprocedure in België. Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht wees de aanvraag af omdat de kosten buiten Nederland zijn gemaakt en het territorialiteitsbeginsel van de WWB bijstandsverlening buiten Nederland uitsluit.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat de kosten voortkomen uit een Nederlandse procedure en dat zeer dringende redenen aanwezig zijn, omdat zij door het betalen van deze kosten in een acute financiële noodsituatie verkeerde.
De Raad oordeelde dat het territorialiteitsbeginsel inderdaad uitsluit dat kosten buiten Nederland worden vergoed, ook al vloeien deze voort uit een Nederlandse procedure. De door appellante aangevoerde omstandigheden voldeden niet aan de strenge criteria van een acute noodsituatie zoals bedoeld in artikel 16 van Pro de WWB. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel faalde vanwege gebrek aan bewijs en de rechtvaardiging van het territorialiteitsbeginsel.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor advocaatkosten in België bevestigd.