ECLI:NL:CRVB:2018:1065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde handelsactiviteiten op Marktplaats
Appellant ontving bijstand en gerelateerde uitkeringen vanaf 2010, waarbij vanaf 2014 ook appellante bijstand ontving. Na een onderzoek naar verkoopactiviteiten op Marktplaats, waarbij appellant honderden advertenties plaatste voor diverse goederen, concludeerde het college dat sprake was van handel en dat de inlichtingenplicht was geschonden. Hierdoor werd de bijstand ingetrokken en teruggevorderd, en werd een boete opgelegd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen intrekking en terugvordering ongegrond, maar mat de boete vanwege draagkracht. In hoger beroep betoogden appellanten dat er geen sprake was van handel omdat niet elke maand werd geadverteerd en omdat geen winst werd behaald. De Raad oordeelde dat de duur van advertenties niet doorslaggevend is en dat ook zonder winst sprake kan zijn van op geld waardeerbare activiteiten. De verkoop via het account van appellantes broer na 4 september 2014 kon niet worden bewezen.
De Raad bevestigde dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde tot 4 september 2014, maar vernietigde het besluit voor de periode daarna wegens onvoldoende bewijs. Het college werd opgedragen het besluit te herstellen en de boete individueel vast te stellen bij einduitspraak, rekening houdend met draagkracht en verwijtbaarheid.
Uitkomst: Het college moet het besluit herstellen en de intrekking en terugvordering handhaven tot 4 september 2014, met individuele boetebepaling bij einduitspraak.