ECLI:NL:CRVB:2017:4324
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- M. Schoneveld
- Rechtspraak.nl
Vermogensonderzoek bij bijstandsgerechtigden Turkse nationaliteit in strijd met discriminatieverbod
Appellante ontving bijstand en werd onderzocht in het kader van een pilot van de gemeente Tilburg gericht op bijstandsgerechtigden met Turkse nationaliteit. Het onderzoek richtte zich exclusief op deze groep, waarbij onroerend goed in Turkije werd vastgesteld. Het college trok de bijstand in en vorderde terugbetaling wegens niet-melding van vermogen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderscheid naar nationaliteit een 'verdacht' onderscheid is dat alleen gerechtvaardigd kan worden door zeer gewichtige redenen. Kostenbesparing en efficiëntie werden niet als zodanig erkend.
De Raad stelde vast dat het onderzoek niet gefaseerd en doorlopend was voor alle niet-Nederlandse bijstandsgerechtigden, maar beperkt tot Turkse nationaliteit. Hierdoor is het discriminatieverbod geschonden en mogen de onderzoeksbevindingen niet als bewijs dienen.
Het bestreden besluit wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen zonder gebruik van het onrechtmatig verkregen bewijs. Tevens wordt het college veroordeeld in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van bijstand wegens onrechtmatig verkregen bewijs door discriminatoir vermogensonderzoek wordt vernietigd en het college dient een nieuwe beslissing te nemen.