ECLI:NL:CRVB:2017:4294
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag overname betalingsverplichtingen wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellant was bestuurder van een stichting die enig aandeelhouder en bestuurder was van [naam BV]. Hij had een arbeidsovereenkomst met [naam BV] als algemeen manager, maar was tevens bestuurder van de stichting. Na een bestuurswisseling per 1 juli 2014 trad appellant uit als bestuurder van de stichting en werd een ander bestuurder, [X.], aangesteld.
[naam BV] werd failliet verklaard en appellant vroeg bij het UWV de overname van betalingsverplichtingen aan op grond van de WW. Het UWV wees dit af wegens het ontbreken van een gezagsverhouding en dus het ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking. De rechtbank bevestigde dit oordeel en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant tot 1 juli 2014 geen gezagsverhouding had omdat hij zelf feitelijk het gezag uitoefende. Na 1 juli 2014 was er geen sprake van een arbeidsovereenkomst omdat de bestuurswisseling niet leidde tot een nieuwe arbeidsovereenkomst en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij en [naam BV] zich als werkgever en werknemer gedroegen. De aanvraag werd daarom terecht afgewezen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag tot overname van betalingsverplichtingen is afgewezen wegens het ontbreken van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.