ECLI:NL:CRVB:2015:1524
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens ontbreken privaatrechtelijke dienstbetrekking
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om hem geen WW-uitkering toe te kennen, omdat hij niet als werknemer in de zin van de WW werd beschouwd. Hij stelde dat hij werkzaam was geweest bij meerdere werkgevers, waaronder een buitenlandse werkgever, en dat hij recht had op een WW-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van een privaatrechtelijke dienstbetrekking.
In hoger beroep heeft appellant herhaald dat hij als werknemer heeft gewerkt en verwees naar buitenlandse dienstverbanden en een PD U1 formulier. De Centrale Raad van Beroep overwoog dat het op appellant rust om met objectieve en controleerbare gegevens aannemelijk te maken dat hij werknemer was. Uit de overgelegde stukken en het Suwinet-systeem bleek geen bewijs van een dienstbetrekking. Appellant heeft ondanks verzoeken geen aanvullende relevante informatie verstrekt.
De Raad wees het verzoek om aanhouding af, mede omdat het Deense uitkeringsorgaan geen PD U1 formulier kon verstrekken wegens ontbrekende informatie van de werkgever. Het UWV zal bij ontvangst van een dergelijk formulier opnieuw beoordelen. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WW-uitkering wordt bevestigd.