ECLI:NL:CRVB:2017:3362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete bij herziening bijstandsuitkering wegens niet gemelde kasstortingen
Appellante ontvangt sinds 2007 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na onderzoek door de gemeente Zwolle werden kasstortingen op haar en haar minderjarige kinderen hun bankrekeningen geconstateerd die niet waren gemeld. Het college trok de bijstand over bepaalde maanden in, herzag deze en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd vastgesteld dat de kasstortingen als inkomen moesten worden beschouwd en dat appellante deze had moeten melden. De Raad verwierp haar verweren dat het geld was opgenomen of schenkingen betrof en dat het casino-inkomen verminderd moest worden met de inleg.
De Raad oordeelde echter dat er geen sprake was van opzet, maar van normale verwijtbaarheid, ondanks eerdere maatregelen tegen appellante. De boete werd daarom verminderd van € 1.605,99 naar € 923,31. Tevens werd het college veroordeeld in de kosten van appellante en werd het betaalde griffierecht vergoed.
Uitkomst: De boete wegens niet gemelde kasstortingen wordt verminderd van € 1.605,99 naar € 923,31 wegens normale verwijtbaarheid zonder opzet.