ECLI:NL:CRVB:2016:625
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang bij WIA- en ZW-uitkering
Appellant maakte bezwaar tegen besluiten van het UWV inzake zijn WIA-uitkering en een afwijzing van een Ziektewetuitkering. De werkgever van appellant maakte eveneens bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, waarbij appellant als belanghebbende betrokken was.
De rechtbank oordeelde deels in het voordeel van de werkgever en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen. Het UWV nam daarop een nieuwe beslissing op bezwaar, die het bezwaar van de werkgever ongegrond verklaarde. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in tegen deze uitspraken.
De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat appellant geen voldoende procesbelang had omdat de werkgever het volledige salaris doorbetaalde en de bezwaarkostenvergoeding niet aan appellant toekwam. Een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor ontvankelijkheid. Daarom verklaarde de Raad het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 24 februari 2016.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende procesbelang.