ECLI:NL:CRVB:2016:593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag wegens onduidelijke woonsituatie van dakloze
Appellant heeft op 6 mei 2014 bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en verklaard dakloos te zijn zonder vaste verblijfplaats. Hij gaf twee adressen op waar hij zou verblijven, maar tijdens onaangekondigde bezoeken en gesprekken met hoofdbewoners bleek dat hij slechts enkele dagen per week op die adressen verbleef. De overige verblijfsdagen bleven onduidelijk.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde de bijstand omdat appellant onvolledige informatie had verstrekt, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant niet voldeed aan zijn inlichtingenplicht door niet te melden waar hij verbleef op de dagen dat hij niet op de opgegeven adressen was. De werkwijze van het college om met formulieren en controles de verblijfplaats te verifiëren is passend en niet onredelijk, ook voor dak- en thuislozen. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en was afwijzing gerechtvaardigd.
De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde het bestreden besluit en de uitspraak van de voorzieningenrechter. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag van appellant wordt afgewezen vanwege onvolledige en oncontroleerbare informatie over zijn verblijfplaatsen.