Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Participatiewet en gaf op dat hij dakloos was en in zijn auto sliep op een specifieke locatie. Het college voerde onderzoek uit en trof appellant slechts eenmaal op die locatie aan; latere bezoeken bleken appellant en zijn auto afwezig. Het college wees de aanvraag af wegens schending van de inlichtingenplicht, omdat appellant wijzigingen in zijn verblijf niet had doorgegeven.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij voerde aan dat hij niet wist dat hij wijzigingen moest melden en dat hij mocht vertrouwen op eenmalige controle. De Raad oordeelde dat het formulier en de uitleg duidelijk maakten dat elke wijziging moest worden doorgegeven en dat appellant dit had moeten weten.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen grond voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door J.L. Boxum, in aanwezigheid van griffier Y. Itkal.