ECLI:NL:CRVB:2016:2297
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bezwaar niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij bijzondere bijstand
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten rechtsbijstand in strafzaken. Het college wees de aanvraag af wegens onvoldoende informatie. Dit besluit werd aan de bewindvoerder van appellant gestuurd. Appellant diende pas na de wettelijke termijn bezwaar in.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond wegens termijnoverschrijding. In hoger beroep stelde appellant dat zijn bewindvoerder het besluit niet aan hem had doorgegeven, waardoor hij niet tijdig bezwaar kon maken. Tevens betoogde appellant dat het college het besluit ook aan zijn gemachtigde had moeten sturen.
De Raad oordeelde dat de termijn voor bezwaar zes weken bedraagt en dat deze was overschreden. De nalatigheid van de bewindvoerder kan niet worden toegerekend aan het college en komt voor risico van appellant. Ook was er geen verplichting voor het college om het besluit aan de gemachtigde te sturen. Daarom werd het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.