ECLI:NL:CRVB:2017:3045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A. Stehouwer
- E.C.R. Schut
- J.H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens nalatigheid bewindvoerder bij bijstandsintrekking
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond onder bewind. Na het overlijden van zijn moeder werd een erfenis gestort, waarna het college de bijstand introk en kosten terugvorderde vanwege overschrijding van de vermogensgrens.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het besluit was toegezonden aan de bewindvoerder en diens nalatigheid voor rekening van appellant komt. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld omdat de bewindvoerder zijn werkzaamheden had neergelegd en de gemeente hem niet rechtstreeks informeerde.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en oordeelt dat het enkele feit dat het besluit niet rechtstreeks aan appellant is verzonden onvoldoende is om het verzuim niet aan appellant toe te rekenen. Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het bezwaar tegen het besluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens nalatigheid van de bewindvoerder.