Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- verklaart het beroep tegen de besluiten van 9 september 2014 en 14 augustus 2015 ongegrond;
- veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene in hoger beroep tot een bedrag van € 1.488,-.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene vroeg een Wajong-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid ontstaan vóór zijn zeventiende jaar. De aanvraag werd door het UWV afgewezen omdat betrokkene geacht werd meer dan 75% van het minimumloon te kunnen verdienen. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens het ontbreken van verzekeringsgeneeskundig onderzoek.
Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit na onderzoek, waarin werd vastgesteld dat betrokkene niet voldeed aan de voorwaarden voor arbeidsondersteuning. Betrokkene voerde aan dat onjuiste beoordelingscriteria werden gehanteerd en dat zijn beperkingen onvoldoende werden meegewogen, maar deze bezwaren werden door de Raad verworpen.
De Raad oordeelde dat het arbeidsongeschiktheidscriterium correct was toegepast, dat de functieduiding passend was en dat betrokkene geen recht had op een uitkering op grond van de AAW of de Amberbepaling. Het beroep werd ongegrond verklaard en het UWV werd veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene tegen de weigering van de Wajong-uitkering wordt ongegrond verklaard.