ECLI:NL:CRVB:2002:AD9471
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- H.J. Simon
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening arbeidsongeschiktheidsuitkering na intrekking en toepassing overgangsrecht Wet Amber
De zaak betreft een geschil tussen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) en een gedaagde over de herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Gedaagde had uitkeringen ontvangen op grond van de AAW en WAO die in 1991 werden ingetrokken. Later verzocht hij om heropening van deze uitkeringen, wat werd geweigerd door appellant. De rechtbank vernietigde dit besluit deels en oordeelde dat gedaagde recht had op heropening.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep van appellant behandeld en overwogen dat het eerdere besluit tot intrekking van de uitkeringen in 1991 niet evident onjuist was, mede gelet op medische rapporten en deskundigenadviezen. De Raad stelde vast dat er geen nieuwe feiten waren die tot herziening konden leiden.
Daarnaast werd de toepassing van de artikelen 32a AAW en 43a WAO (Wet Amber) besproken, waarbij de Raad de uitleg van de rechtbank bevestigde dat heropening alleen mogelijk is indien de intrekking van de uitkering minder dan vijf jaar geleden heeft plaatsgevonden, namelijk na 30 december 1990. De Raad veroordeelde appellant tot vergoeding van proceskosten en vernietigde het bestreden besluit slechts voor zover het betrekking had op de weigering van heropening op grond van de Wet Amber.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard voor de weigering tot heropening op grond van de Wet Amber en ongegrond voor het overige; appellant wordt veroordeeld in de proceskosten.