Uitspraak
OVERWEGINGEN
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant, een ervaren technicus bij het Ministerie van Defensie, werd ontslagen wegens verregaande nalatigheid in de vervulling van zijn ambtelijke plichten. De minister stelde dat appellant in 2010 en 2011 in totaal 97,75 verlofdagen niet correct had geregistreerd in het personeelsinformatiesysteem Peoplesoft, ondanks dat hij toestemming had voor het verlof. Daarnaast werden hem ernstige tekortkomingen verweten in de uitvoering van onderhoudswerkzaamheden aan vliegtuigen, waaronder het niet demonteren van het neuslandingsgestel voordat het gesmeerd werd, terwijl hij dit op de werkkaart had afgetekend.
De Commissie van Huishoudelijk Onderzoek concludeerde dat appellant zijn plichten ernstig had verzaakt en dat zijn handelen de veiligheid van vliegers en ander personeel in gevaar bracht. Het bestuursorgaan stelde vast dat appellant de instructies niet had gevolgd en dat zijn handelwijze als verregaande nalatigheid kon worden aangemerkt, wat ontslag rechtvaardigde.
Appellant voerde verweer tegen de omvang van de niet-geregistreerde verlofdagen en betwistte de beschuldigingen over de onderhoudswerkzaamheden, maar slaagde er niet in voldoende bewijs te leveren of geloofwaardig te zijn. De Raad oordeelde dat het bestuursorgaan op basis van deugdelijk vastgestelde feiten tot een overtuiging was gekomen dat appellant zich schuldig had gemaakt aan de hem verweten gedragingen.
De Raad benadrukte het belang van integriteit en vertrouwen binnen Defensie en concludeerde dat het ontslag passend en rechtmatig was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het ontslag van appellant wordt bevestigd.