ECLI:NL:CRVB:2015:4896
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J. Riphagen
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vaststelling arbeidsongeschiktheid 66,91% per 7 februari 2012 door UWV
Appellante meldde zich in april 2009 ziek met rugklachten en kreeg in 2011 een loongerelateerde WIA-uitkering toegekend met 100% arbeidsongeschiktheid. Na diverse meldingen van toegenomen arbeidsongeschiktheid heeft het UWV in mei 2013 de mate van arbeidsongeschiktheid per 7 februari 2012 vastgesteld op 66,91%. Dit besluit werd door het UWV gehandhaafd na bezwaar.
De rechtbank Overijssel vernietigde het bestreden besluit in 2014, omdat het arbeidskundig onderzoek pas in beroep voldoende was onderbouwd, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit intact. In hoger beroep voerde appellante aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig was en dat de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) onvoldoende waren vastgelegd. Ook stelde zij dat de arbeidskundige beoordeling onjuist was.
De Centrale Raad oordeelde dat de verzekeringsgeneeskundige rapporten zorgvuldig tot stand waren gekomen, waarbij ook rekening was gehouden met medische gegevens zoals lipoedeem en medicijngebruik. Het arbeidskundig onderzoek was voldoende gemotiveerd en passend, ook voor de functie met SBC-code 315090. De Raad bevestigde dat het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid op goede gronden had vastgesteld en wees het hoger beroep af.
De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 december 2015, waarbij de aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid van appellante per 7 februari 2012 terecht heeft vastgesteld op 66,91%.