ECLI:NL:CRVB:2015:4828
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling terugvordering en aflossingscapaciteit bij bijstand zelfstandigen
Appellant exploiteerde eenmanszaken en vroeg bijstand aan volgens het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004. Het college wees de aanvraag af wegens onleefbaarheid van het bedrijf en vorderde voorschotten terug. Appellant stelde het college in gebreke wegens niet tijdig beslissen op bezwaar. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens gebrekkige motivering, maar liet de rechtsgevolgen in stand en legde dwangsommen op aan het college.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het college ten onrechte ook terugvordering bij zijn partner toepaste en dat hij door gebrekkige communicatie in financiële problemen kwam. De Raad oordeelde dat de medeterugvordering geen onderdeel van het bezwaar was en dat gevoelens van onvrede geen dringende reden voor kwijtschelding vormden. De Raad bevestigde dat de rechtbank terecht geen vergoeding toekende voor kosten in bezwaar.
De Raad nam ook besluiten over aflossingscapaciteit en kostenvergoedingen mee in de beoordeling. Het besluit van 28 mei 2015 werd vernietigd wegens onvoldoende vergoeding van kosten, terwijl latere besluiten werden bevestigd. Verrekening van kosten met openstaande vorderingen werd geoorloofd. Het verzoek om schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen werd afgewezen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd, met uitzondering van het vernietigde besluit over aflossingscapaciteit.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 28 mei 2015 wordt gegrond verklaard en vernietigd, de beroepen tegen latere besluiten worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.