ECLI:NL:CRVB:2015:4672
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- M.T. Boerlage
- H.A.A.G. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Vergoeding hogere proceskosten beroepsmatige rechtsbijstand na onrechtmatig plaatsingsbesluit ambtenaar
Appellant was sinds 1997 werkzaam als afdelingshoofd bij penitentiaire inrichtingen en kreeg in 2001 eervol ontslag, dat in 2004 werd vernietigd. Na diverse besluiten over tijdelijke en definitieve plaatsing in een lagere functie, werd in 2010 het plaatsingsbesluit van 2006 door de rechtbank vernietigd wegens gebrekkige motivering en onrechtmatigheid.
Appellant vorderde schadevergoeding voor fiscale (loon)schade en volledige proceskostenvergoeding. De rechtbank wees de schadevergoeding af en kende alleen een forfaitaire proceskostenvergoeding toe. In hoger beroep bevestigde de Raad dat fiscale schade niet als gevolg van het vernietigde besluit kan worden toegerekend aan de minister.
De Raad oordeelde echter dat bijzondere omstandigheden zich voordeden door de hardnekkige houding van de minister en het niet nakomen van rechterlijke uitspraken, waardoor appellant hogere kosten voor rechtsbijstand moest maken. Daarom werd een hogere vergoeding toegekend dan de forfaitaire vergoeding volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De Raad bepaalde dat de redelijke kosten voor rechtsbijstand € 11.314 bedroegen, minus reeds toegekende vergoeding, en veroordeelde de minister tot betaling van in totaal € 2.205 aan proceskosten. Het griffierecht van € 384 werd eveneens aan appellant toegekend.
Uitkomst: Appellant krijgt een hogere vergoeding van kosten beroepsmatige rechtsbijstand toegekend dan de forfaitaire vergoeding; fiscale schade wordt niet vergoed.