ECLI:NL:CRVB:2015:4251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onterechte afwijzing bijstandsaanvraag over periode na tenaamstelling auto
Appellant vroeg bijstand aan op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Een auto stond tot 22 oktober 2012 op zijn naam, daarna op naam van zijn moeder. Het college wees de aanvraag af omdat appellant over vermogen beschikte door de auto. De voorzieningenrechter vernietigde het besluit voor de periode vanaf 22 oktober 2012 tot 21 maart 2013 omdat de auto niet meer op naam van appellant stond en het college onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat appellant over de auto kon beschikken.
De Raad oordeelde dat het college terecht onderscheid maakte tussen de periode voor en na 22 oktober 2012, en dat het college een nieuwe beslissing moest nemen. Het college nam een nader besluit waarin het bijstand toekende voor de periode tot 21 maart 2013, maar niet daarna. Appellant maakte bezwaar tegen deze beperking.
De Raad oordeelt dat het college ten onrechte de toekenning beperkte tot 21 maart 2013, omdat het college geen nieuwe feiten of motieven voor afwijzing na die datum heeft gegeven. Daarom wordt het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover de bijstand na 21 maart 2013 wordt beperkt. Het college wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit dat de bijstandsaanvraag beperkt tot 21 maart 2013 wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld in de proceskosten.