ECLI:NL:CRVB:2017:3781
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beperking toekenning bijstand tot datum primair besluit
Appellant vroeg op 15 oktober 2015 bijstand aan op grond van de Participatiewet. Het college wees de aanvraag aanvankelijk af wegens onvolledige informatie. Na bezwaar verklaarde het college het bezwaar gedeeltelijk gegrond en kende bijstand toe over de periode 1 december 2015 tot en met 31 maart 2016, waarbij inkomsten werden verrekend. De periode van 15 oktober 2015 tot 30 november 2015 en van 1 april 2016 tot 17 mei 2016 werd afgewezen omdat appellant over voldoende middelen zou beschikken.
Appellant stelde in hoger beroep dat de ontvangen bedragen van derden leningen waren en dat het college ten onrechte de bedrijfskosten niet in mindering bracht op de inkomsten. Tevens stelde hij dat het college het recht op bijstand na 17 mei 2016 niet had beoordeeld. De Raad oordeelde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de bedragen leningen waren bestemd voor levensonderhoud en dat de inkomsten terecht niet werden verminderd met bedrijfskosten.
Verder oordeelde de Raad dat het college ten onrechte de beoordelingsperiode had beperkt tot de datum van het primaire besluit van 17 mei 2016. De toekenning van bijstand loopt in beginsel door na die datum en het college had dit niet gemotiveerd. De Raad vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de toekenning beperkte tot 17 mei 2016 en veroordeelde het college in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd voor zover de bijstand is beperkt tot 17 mei 2016.