ECLI:NL:CRVB:2015:3719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- F. Hoogendijk
- M. ter Brugge
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand ondanks onbekendheid met partneractiviteiten
Appellante ontving samen met haar partner bijstand op grond van de WWB. Na anonieme meldingen over frauduleuze handelingen van haar partner startte de gemeente Rotterdam een onderzoek, dat leidde tot het besluit de bijstand met terugwerkende kracht in te trekken en de kosten terug te vorderen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en ook in hoger beroep werd dit bevestigd. Appellante voerde aan geen weet te hebben gehad van de activiteiten van haar partner, maar de Raad oordeelde dat bij gezinsbijstand beide partners als een eenheid worden gezien en geen van beiden zich kan beroepen op onbekendheid.
Verder stelde appellante dat de terugvordering in strijd was met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, maar deze grond werd eveneens verworpen. Het college handhaafde het terugvorderingsbeleid, waarbij slechts bij dringende redenen wordt afgezien van terugvordering, en appellante kon geen dringende reden aantonen.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstandskosten van appellante en wijst het hoger beroep af.