ECLI:NL:CRVB:2015:283
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T.G.M. Simons
- H.C.P. Venema
- H.G. Lubberdink
- J.E.M. Polak
- R.F.B. van Zutphen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar bestuursrechtelijke premie en griffierechtvrijstelling
Appellante maakte bezwaar tegen een bestuursrechtelijke premie die zij verschuldigd zou zijn wegens betalingsachterstand bij haar zorgverzekeraar. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat tegen besluiten over de hoogte van de bestuursrechtelijke premie geen bezwaar of beroep mogelijk is. Appellante stelde in hoger beroep dat zij de premie niet verschuldigd was en dat zij het griffierecht niet kon betalen.
De Centrale Raad van Beroep overwoog uitgebreid dat griffierechten in bestuursrechtelijke procedures bedoeld zijn om rechtzoekenden te stimuleren zorgvuldig af te wegen of zij een procedure starten, zonder de toegang tot de rechter te belemmeren. De Raad formuleerde criteria voor vrijstelling van griffierecht bij onvoldoende inkomen en vermogen, waarbij het netto-inkomen onder 90% van de bijstandsnorm moet liggen. Appellante voldeed aan deze criteria, ontving bijstand en beschikte niet over vermogen.
Daarom werd geoordeeld dat appellante niet in verzuim was door het niet betalen van griffierecht en dat haar hoger beroep niet-ontvankelijkheid wegens niet-betaling achterwege moest blijven. De Raad bevestigde verder de uitspraak van de rechtbank dat het bezwaar tegen de bestuursrechtelijke premie niet-ontvankelijk was en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen de bestuursrechtelijke premie en erkent de griffierechtvrijstelling van appellante.