ECLI:NL:CRVB:2017:921
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens niet betalen griffierecht
Appellant stelde beroep in tegen een besluit van het UWV waarbij een boete werd verlaagd. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het niet betalen van het griffierecht, waarbij het beroep op betalingsonmacht werd verworpen. Hoewel appellant een lager inkomen had dan in de inkomensverklaring stond, maakte hij niet aannemelijk dat zijn netto-inkomen minder was dan 90% van de bijstandsnorm, noch dat hij geen vermogen had om het griffierecht te betalen.
In hoger beroep benadrukte appellant dat hij na aftrek van vaste lasten slechts €150 overhield, maar het UWV stelde dat hij sinds november 2015 een Ziektewet-uitkering van circa €300 netto per week ontving. De Raad stelde vast dat appellant niet voldeed aan de criteria voor vrijstelling van het griffierecht, die onder meer een netto-inkomen onder 90% van de bijstandsnorm en geen vermogen vereisen.
De Raad concludeerde dat de rechtbank terecht het beroep niet-ontvankelijk heeft verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet betalen van het griffierecht; het hoger beroep wordt afgewezen.