ECLI:NL:CRVB:2015:1632
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring bezwaar wegens te late indiening bij UWV
Appellant ontving van maart 2011 tot januari 2013 een WW-uitkering. Het UWV stelde bij brief van maart 2013 vast dat appellant niet had gemeld dat hij volledig als zelfstandige werkte, waardoor hij €44.107,25 te veel aan WW had ontvangen. Tevens werd een boete van €2.269 opgelegd. Appellant kreeg de mogelijkheid om vóór 5 april 2013 te reageren, maar deed dit niet.
Op 10 april 2013 trok het UWV de uitkering in, vorderde het teveel ontvangen bedrag terug en legde de boete op. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar te laat was ingediend. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verwierp het standpunt van appellant dat een telefoongesprek op 13 mei 2013 als bezwaarschrift moest worden gezien.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en voerde aan dat hij door contacten met verschillende UWV-afdelingen niet wist wat te doen. De Raad oordeelde dat alleen schriftelijk bezwaar tijdig kan worden ingediend en dat de telefoonnotitie geen schriftelijk bezwaarschrift vormt. Omdat appellant pas op 10 juni 2013 schriftelijk bezwaar indiende, was de termijn overschreden zonder verschoonbare reden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het bezwaar van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn zonder verschoonbare reden.