ECLI:NL:RBZWB:2022:5320
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens termijnoverschrijding
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het CBR om haar rijbewijs ongeldig te verklaren. Zij diende haar bezwaarschrift echter na de wettelijke termijn van zes weken in, waardoor het CBR het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. Eiseres voerde aan dat zij telefonisch bezwaar had gemaakt, haar persoonlijke situatie en het vertrouwensbeginsel haar te laat indienen rechtvaardigden.
De rechtbank oordeelde dat een telefonisch bezwaar alleen als bezwaarschrift kan gelden indien de inhoud daarvan duidelijk is, hetgeen eiseres niet aannemelijk had gemaakt. Ook was zij niet verschoonbaar te laat met het indienen van het bezwaarschrift, mede omdat zij werd bijgestaan door haar zus en een rechtsbijstandsverlener. Het CBR had haar voldoende geïnformeerd over de bezwaarprocedure en was niet verplicht haar te wijzen op de mogelijkheid van pro forma bezwaar.
Verder was er geen sprake van een toezegging door het CBR dat het bezwaar tot een inhoudelijke beslissing zou leiden, zodat het vertrouwensbeginsel niet werd geschonden. Gezien deze overwegingen verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en handhaafde het besluit van het CBR. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding en het betaalde griffierecht werd niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiseres is ongegrond verklaard en het besluit van het CBR blijft in stand.