ECLI:NL:CRVB:2015:1337
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van zorg als begeleiding binnen AWBZ voor chronisch psychiatrische cliënt
Appellante ontving voor 2012 een persoonsgebonden budget (pgb) op grond van de AWBZ voor zorgverlening. Het Zorgkantoor keurde de verantwoording van €1.281,- betaald aan zorgverlener [A.] af, stellende dat de activiteiten tekenen en schilderen vrijetijdsbesteding zijn en niet onder begeleiding vallen zoals bedoeld in artikel 6 van Pro het Besluit zorgaanspraken AWBZ (Bza).
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordelend dat de activiteiten niet gericht waren op bevordering of behoud van zelfredzaamheid. Appellante ging in hoger beroep en stelde dat de zorg wel degelijk dagbesteding betrof die als begeleiding moet worden aangemerkt.
De Raad stelde vast dat appellante vanwege een chronische psychiatrische aandoening professionele zorg nodig heeft om haar leven in ritme en ordening te houden. De activiteiten tekenen en schilderen worden ingezet om een passende dagbesteding te creëren met als doel ondersteuning bij het aanbrengen van dag- en weekstructuur en het voorkomen van terugval. Dit voldoet aan de criteria van begeleiding volgens artikel 6 Bza Pro.
De Raad vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het bestreden besluit van het Zorgkantoor, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat de kosten van de zorg als AWBZ-zorg worden erkend en goedgekeurd in de pgb-verantwoording. Tevens werd het Zorgkantoor veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht vergoed aan appellante.
Uitkomst: De Raad verklaart het beroep gegrond en keurt de pgb-verantwoording voor de zorg als begeleiding goed.